Direct naar inhoud
eengoedenotaris.nl
Wonen

Woning of geen woning? De vraag waar tienduizenden euro's aan hangen

9 min leestijd Redactie EenGoedeNotaris

Het lage tarief in de overdrachtsbelasting geldt alleen voor een woning, maar de wet zegt nergens wat een woning is. De Hoge Raad heeft dat ingevuld: doorslaggevend is waarvoor een pand oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd, en niet waarvoor het op dit moment wordt gebruikt of wat er in het bestemmingsplan staat. Dit artikel laat aan de hand van de rechtspraak zien wat die maatstaf betekent voor een huis dat jarenlang kantoor was, voor een school die tot appartementen wordt verbouwd en voor een kavel waarop een woning heeft gestaan. En het legt uit waarom u degene bent die dat standpunt inneemt.

Koopt u een woning, dan betaalt u 2 procent overdrachtsbelasting — of 0 procent als u onder de startersvrijstelling valt. Koopt u een bedrijfspand, een kantoor of een stuk grond, dan is het 10,4 procent. Op een pand van vier ton is dat verschil ruim € 33.000, en het hangt aan één woord.

Dat woord is woning, en de wet legt nergens uit wat het betekent. Sinds het lage tarief in 2011 werd ingevoerd, is er daarom een gestage stroom rechtspraak over steeds dezelfde vraag: is dit een woning of niet? Wij hebben ruim honderd van die uitspraken naast elkaar gelegd — van een klooster tot een brandweerkazerne, van een balletzaal tot een hospice — en daar zit meer lijn in dan u zou verwachten.

Wat is hier nu eigenlijk het probleem?

De wet noemt een tarief maar geeft geen definitie. Het gevolg: de vraag of u 2 of 10,4 procent betaalt, wordt beantwoord op de dag dat de notaris de leveringsakte passeert, en pas jaren later getoetst als de Belastingdienst er anders over denkt. U neemt dus een standpunt in over uw eigen aankoop, en het risico van dat standpunt ligt bij u.

Dat klinkt ongemakkelijker dan het meestal is. Bij verreweg de meeste aankopen is er geen twijfel: een rijtjeshuis is een woning, punt. Het gaat mis bij twee soorten aankopen, en dat zijn nu net de aankopen waar mensen enthousiast van worden — panden met een geschiedenis (de oude school, het kerkje, de winkel met bovenwoning) en alles wat naast het huis ligt (de schuur, het weiland, de garage om de hoek).

De maatstaf: waarvoor is het gebouwd?

Op 24 februari 2017 wees de Hoge Raad vier arresten op één dag, en die vormen sindsdien het kader. De kern is kort: doorslaggevend is de aard van het bouwwerk, en die wordt bepaald door het doel waarvoor het oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd.

Daar volgen drie dingen uit, en ze zijn alle drie tegen de intuïtie in:

  • Waar het pand nu voor wordt gebruikt, telt niet mee. Een woning die als kantoor in gebruik is, blijft een woning.
  • Een latere verbouwing telt pas mee als die de aard heeft veránderd. Niet elke ingreep haalt die drempel.
  • Het bestemmingsplan is een noodrem, geen hoofdregel. Publiekrechtelijke voorschriften mogen pas de doorslag geven als de bouwkundige kenmerken géén uitsluitsel geven.

Het aardige van deze maatstaf is dat hij objectief is. Er wordt niet gekeken naar wat u van plan bent, naar wat er in de koopovereenkomst staat of naar hoe het pand in de verkoopbrochure werd genoemd. Er wordt gekeken naar de stenen.

Waarom een woning zo lang een woning blijft

Dit is de kant die in uw voordeel werkt. In de vier arresten van 2017 ging het onder meer om een als woning gebouwd pand dat als tandartspraktijk werd gebruikt, en om een stadsvilla die tussentijds kantoor was geweest. Beide bleven naar hun aard bestemd voor bewoning: 2 procent.

Sterker nog, ook een pand dat tot kantoor was vérbouwd, verloor zijn aard als woning niet. In 2025 oordeelde het gerechtshof 's-Hertogenbosch nog zo over een oorspronkelijke woning die tot kantoorgebouw was omgebouwd. En een onroerende zaak die ernstig vervallen was, bleef eveneens een woning.

De drempel om die aard kwijt te raken ligt dus hoog. De gedachte erachter: als het pand met een normale verbouwing weer bewoonbaar te maken is, is het naar zijn aard nog steeds een woning.

En waarom een niet-woning zo moeilijk een woning wordt

Dezelfde regel werkt aan de andere kant tegen u, en dat verrast mensen het vaakst. Een voormalig schoolgebouw waarin lofts zouden komen, een oude brandweerkazerne met woonbestemming, een voormalig bankgebouw, een dorpshuis, een pand dat als verslavingskliniek was gebouwd — allemaal geen woning voor de overdrachtsbelasting, ondanks plannen, vergunningen en soms een woonbestemming.

Wat wél werkt, is een verbouwing die op het moment van levering ver genoeg is gevorderd. De Hoge Raad accepteerde in 2019 het lage tarief voor een kantoorpand dat intern al was gesloopt en waarvan de transformatie tot woningen duidelijk zichtbaar was. Waar precies de grens ligt, is per geval verschillend — maar het peilmoment staat vast: de dag waarop de akte wordt getekend.

Dat maakt de leveringsdatum bij dit soort aankopen een onderhandelingspunt, en niet alleen een agendakwestie.

Grond, sloop en de woning die er niet meer staat

Een aparte categorie zijn de kavels. Een perceel grond zonder fundering dat bestemd is om te bebouwen, is geen woning — ook niet als het bestemmingsplan woningbouw toestaat. Bij grond mét de fundering van een gesloopte of afgebrande woning liepen de uitspraken uiteen, tot de Hoge Raad in november 2025 twee zaken op dezelfde dag besliste: met een onverdeeld aandeel van ongeveer 55 procent van de voormalige woning erbij was er wél sprake van een woning, met alleen een stuk muur en een terras niet.

Koopt u een woning om die te slopen en er iets nieuws neer te zetten, dan is er nog iets anders aan de hand: dan komt ook de startersvrijstelling in gevaar, want u gaat niet in díe woning wonen. Zie de eis dat u er zelf gaat wonen.

Gemengde panden worden in tweeën geknipt

Bij een woon-winkelpand of een woning met een praktijkruimte geldt het lage tarief voor het woongedeelte en het algemene tarief voor de rest. Rechters kijken daarbij naar de oorspronkelijke bestemming van elk deel. In één zaak bleef een appartement voor 70 procent woning ondanks een verbouwing en ander gebruik; in een andere telde een winkelgedeelte niet mee voor het lage tarief.

Die verdeling moet u kunnen onderbouwen. Een rond percentage dat achteraf niemand kan uitleggen, is een uitnodiging voor een naheffing.

Wat u kunt doen

  • Meld het twijfelgeval vóór de akte. Koopt u iets dat ooit iets anders was, zeg dat dan bij het eerste contact met het kantoor. Dit is bij uitstek een vraag die vooraf goedkoop op te lossen is en achteraf duur.
  • Verzamel de bouwgeschiedenis. Bouwjaar, oorspronkelijke functie, uitgevoerde verbouwingen en de staat op de dag van levering. Dat is het dossier waar de beoordeling op rust.
  • Praat over de leveringsdatum als er verbouwd wordt. Bij een transformatie kan een paar weken het verschil maken.
  • Vraag om het standpunt op papier. Waarom kiest het kantoor dit tarief, en wat is het risico als de Belastingdienst er anders over denkt?
  • Vraag gratis offertes aan en leg de situatie voor. Zie ook de tarieven van 2026 en kosten koper en de notariskosten voor de verkoper.

Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal advies over uw eigen aankoop. De uitspraken die hier worden samengevat, gaan over specifieke feiten; een kleine afwijking in uw situatie kan tot een andere uitkomst leiden. Leg een twijfelgeval altijd voor aan uw notaris of een fiscalist voordat de akte wordt gepasseerd.

Veelgestelde vragen

Ons huis is jarenlang als kantoor of praktijk gebruikt. Betalen wij 2 of 10,4 procent?

Waarschijnlijk 2 procent. De Hoge Raad besliste in 2017 over een pand dat als woning was gebouwd en daarna als tandartspraktijk werd gebruikt: dat blijft naar zijn aard bestemd voor bewoning. Hetzelfde gold voor een stadsvilla die tussentijds als kantoor diende, en zelfs voor een pand dat tot kantoor was vérbouwd — ook dat verloor zijn aard als woning niet. De verbouwing moet zo ingrijpend zijn dat het pand alleen met een nieuwe verbouwing weer bewoonbaar te maken is, en dat is een hoge drempel. Laat uw notaris de bouwtekeningen en de geschiedenis van het pand bekijken voordat de akte wordt opgesteld.

Wij kopen een oude school of een kantoor dat tot appartementen wordt verbouwd. Welk tarief geldt er?

Dat hangt af van hoe ver de verbouwing op de dag van de levering is gevorderd. Een schoolgebouw waarin nog lofts moesten worden gemaakt, bleef naar zijn aard een niet-woning, en hetzelfde gold voor een kantoorpand met een woonbestemming waar de werkzaamheden nog moesten beginnen. Maar de Hoge Raad accepteerde in 2019 wél het lage tarief voor een kantoorpand dat intern al gesloopt was en waarvan de transformatie ver genoeg gevorderd was. De datum van de leveringsakte is het peilmoment, dus het scheelt of u vóór of ná de verbouwing levert. Dit is bij uitstek een vraag om vooraf voor te leggen.

Het bestemmingsplan zegt “wonen”. Is dat niet genoeg?

Nee. Een woonbestemming en zelfs een verleende omgevingsvergunning om te verbouwen leiden er op zichzelf niet toe dat er voor de overdrachtsbelasting een woning is — dat oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2023. Publiekrechtelijke voorschriften mogen pas meewegen als de bouwkundige kenmerken van het pand géén uitsluitsel geven. Ze zijn dus een noodrem bij twijfel, geen hoofdregel. Omgekeerd geldt trouwens hetzelfde: een pand dat naar zijn aard een woning is, blijft dat ook zonder woonbestemming.

Wij kopen een kavel waarop een woning heeft gestaan die is gesloopt of afgebrand. Telt dat als woning?

Meestal niet, maar het luistert nauw. Een perceel grond zonder fundering dat bestemd is om te bebouwen, is volgens de Hoge Raad geen woning. Bij grond met alleen de fundering van een afgebrande woning oordeelden rechters verschillend. In november 2025 wees de Hoge Raad twee zaken op één dag: een bouwkavel met een onverdeeld aandeel van ongeveer 55 procent van de voormalige woning was wél een verkrijging van een woning, terwijl een kavel met slechts een bestanddeel, een deel van een muur en een terras dat niet was. Het gaat er dus om hoeveel van de oorspronkelijke woning u feitelijk meekoopt.

Wij kopen een pand dat deels woning en deels winkel is. Wordt dat gesplitst?

Ja. Bij een gemengd pand wordt het lage tarief toegepast op het deel dat naar zijn aard voor bewoning is bestemd, en het algemene tarief op de rest. Rechters keken daarbij naar de oorspronkelijke bestemming van elk deel; in één zaak bleef een appartement voor 70 procent woning ondanks een verbouwing en ander gebruik. De verdeling moet onderbouwd zijn, want de Belastingdienst kan die toetsen. Laat de splitsing daarom vastleggen met een onderbouwing, en niet als een rond getal dat achteraf niemand kan uitleggen.

Wie neemt dit standpunt in, en wat als de Belastingdienst het er niet mee eens is?

De notaris doet de aangifte, maar het standpunt is dat van u als koper. Blijkt achteraf dat het hoge tarief gold, dan volgt een naheffing bij u, en bij een onverdedigbaar standpunt kan er een boete bij komen. De Hoge Raad liet in 2018 een vergrijpboete in stand voor een koper die de notaris bewust onjuist had voorgelicht over een verbouwing. Wees dus open naar uw notaris over wat u koopt en wat u ermee gaat doen: dat is precies het moment waarop een twijfelgeval nog goedkoop op te lossen is.

Benieuwd wat het in jouw geval kost?

Vraag gratis en vrijblijvend offertes aan bij notariskantoren in jouw regio. Dan weet je het precies, in plaats van ongeveer.

  • 100% gratis
  • Vrijblijvend
  • Binnen 24 uur reactie
Gratis offertes aanvragen
Gratis offertes vergelijken