U verklaart dat u er zelf gaat wonen. Wat als het anders loopt?
Voor de startersvrijstelling en het lage tarief in de overdrachtsbelasting moet u schriftelijk verklaren dat u de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Dat is een verklaring over de toekomst, en de wet noemt geen termijn — maar de rechtspraak wel degelijk een ondergrens. Dit artikel legt uit wanneer een onvoorziene omstandigheid u alsnog redt, welke omstandigheden rechters wel en niet accepteerden, en waarom de bewijslast bij u ligt. Met de vragen die u vooraf aan uw notaris kunt stellen.
Voor de startersvrijstelling en voor het tarief van 2 procent moet u iets ondertekenen: een schriftelijke verklaring dat u de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Die verklaring ligt vóór de levering bij de notaris; zonder haar kan het kantoor de akte niet met het lage tarief passeren.
Het bijzondere aan die verklaring is dat zij over de toekomst gaat. U zegt wat u van plan bent. En het leven houdt zich daar niet altijd aan.
Wat is hier het probleem?
De wet stelt de eis, maar noemt geen termijn. Hoe lang moet u er wonen? Wat als u binnen een jaar een andere baan krijgt? Wat als de relatie strandt tussen het tekenen van de koopovereenkomst en de sleutel?
Het gerechtshof Den Haag stelde vast dat er géén termijn is waarbinnen de woning voor u beschikbaar moet zijn. Tegelijk oordeelde het gerechtshof 's-Hertogenbosch in 2026 dat bewoning van minder dan zes maanden niet aan de eis voldeed. Er is dus geen harde grens, maar wel een ondergrens die uit de feiten wordt afgeleid.
Loopt het anders dan u verklaarde, dan is er één uitweg: de onvoorziene omstandigheid.
De drie eisen aan een onvoorziene omstandigheid
Uit de rechtspraak komt telkens hetzelfde patroon naar voren. De omstandigheid moet:
- zich hebben voorgedaan ná het moment van verkrijging — dus na het passeren van de akte;
- op dat moment redelijkerwijs niet te voorzien zijn geweest;
- er werkelijk aan in de weg staan dat u de woning als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Die tweede eis is waar de meeste zaken op stranden. Wat u al wist toen u tekende, is per definitie niet onvoorzien.
Wat de rechter wél accepteerde
- Een relatiebreuk, in combinatie met mentale en financiële problemen — rechtbank Zeeland-West-Brabant, juni 2026.
- Een paniekaanval die door de woning zelf werd veroorzaakt — rechtbank Noord-Holland, december 2025.
- Tijdelijke bewoning door een terminaal ziek familielid, waarbij het lage tarief in stand bleef — rechtbank Noord-Nederland, juli 2026.
- Een woning die diende ter overbrugging van de verbouwing van een andere woning — gerechtshof Den Haag, april 2025.
Wat de rechter niet accepteerde
- Claustrofobie na een traumatische ervaring in een lift — geen onvoorziene omstandigheid in de zin van de regeling, rechtbank Gelderland, juli 2026.
- Stankoverlast die de kopers al kenden — dan is er niets onvoorziens, rechtbank Noord-Nederland, 2024.
- Bewoning korter dan zes maanden — gerechtshof 's-Hertogenbosch, mei 2026.
- Een woning die nooit zelf is bewoond — gerechtshof 's-Hertogenbosch, januari 2026.
Het onderscheid tussen de paniekaanval die wél telde en de claustrofobie die niet telde, oogt hard. Het verschil zit in de oorzaak: in het eerste geval kwam de klacht voort uit de woning zelf, en dus uit iets wat de koper bij het tekenen niet kende.
Slopen en nieuwbouw: hier tellen uw plannen wél mee
Koopt u een woning om die te slopen en te vervangen, dan gaat u niet in díe woning wonen. Het gerechtshof Amsterdam wees de startersvrijstelling in juli 2026 om die reden af, en rechtbanken oordeelden eerder hetzelfde over volledige sloop en over vervanging door nieuwbouw.
Dat is opvallend, want bij de vraag óf iets een woning is tellen uw plannen juist níet mee — zie woning of geen woning. Bij het hoofdverblijfvereiste gaat het wel degelijk over wat u met de woning gaat doen.
De bewijslast ligt bij u
Dit is het punt om te onthouden. De Belastingdienst hoeft niet aan te tonen dat u er niet ging wonen; ú moet aannemelijk maken dat u dat wel deed, of dat een onvoorziene omstandigheid dat verhinderde. Een koper van een recreatiewoning strandde daar in 2026 op.
Wat helpt: uw inschrijving in de Basisregistratie Personen, energie- en waternota's op het nieuwe adres, verzekeringen, en post. Verzamel dat vanaf dag één, ook — juist — als alles volgens plan verloopt.
Wat u kunt doen
- Lees de verklaring voordat u haar tekent. Het is geen formaliteit maar een standpunt waar u later op wordt afgerekend.
- Vertel het als u twijfelt. Weet u nu al dat u er misschien maar kort woont, of gaat u slopen, zeg dat dan. Dan wordt het juiste tarief meteen aangegeven en volgt er geen naheffing.
- Meld een wijziging zodra die zich voordoet, en leg vast wanneer die zich voordeed.
- Houd uw dossier bij vanaf de dag van de sleutel.
- Vraag gratis offertes aan en leg uw situatie voor. Zie ook de tarieven en voorwaarden van 2026 en waar u op moet letten bij een sleutelverklaring.
Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal advies over uw eigen situatie. De genoemde uitspraken gaan over specifieke feiten en zijn deels van lagere rechters, waar in hoger beroep anders over kan worden geoordeeld. Speelt dit bij u, leg het dan voor aan uw notaris of een fiscalist.
Veelgestelde vragen
Onze relatie ging uit vóórdat wij in de woning konden trekken. Zijn wij de vrijstelling kwijt?
Niet per se. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in juni 2026 dat een relatiebreuk in combinatie met mentale en financiële problemen kwalificeerde als onvoorziene omstandigheid, waardoor aan het hoofdverblijfvereiste geacht werd te zijn voldaan. Beslissend is dat de omstandigheid zich ná de verkrijging voordeed en dat u haar op het moment van tekenen redelijkerwijs niet kon voorzien. Verzamel wat u heeft — data, correspondentie, eventueel een verklaring van een hulpverlener — want u zult het moeten onderbouwen.
Mijn moeder is ernstig ziek en woont tijdelijk in de woning. Verliezen wij het lage tarief?
Niet noodzakelijk. De rechtbank Noord-Nederland liet in juli 2026 het verlaagde 2 procent-tarief in stand ondanks tijdelijke bewoning door een terminaal zieke dochter. Tijdelijk gebruik door iemand anders sluit niet uit dat u de woning zelf anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Het gaat om uw bestemming van de woning op de lange termijn, niet om wie er de eerste maanden slaapt. Meld zo'n situatie wel vooraf bij uw notaris, zodat het in het dossier staat.
Wij wonen er tijdelijk terwijl ons eigen huis wordt verbouwd. Geldt het lage tarief?
Dat kan. Het gerechtshof Den Haag oordeelde in april 2025 dat het verlaagde tarief ook geldt voor een woning die dient ter overbrugging van de verbouwing van een andere woning. En in een andere zaak stonden verhuisplannen op zichzelf niet in de weg aan het lage tarief en de startersvrijstelling. Maar let op de keerzijde: het gerechtshof 's-Hertogenbosch besliste in mei 2026 dat bij bewoning van minder dan zes maanden niet was voldaan aan het hoofdverblijfvereiste. Er is geen wettelijke termijn, maar heel kort wonen is een probleem.
De woning bleek onbewoonbaar of maakte mij letterlijk ziek. Telt dat?
Soms. De rechtbank Noord-Holland accepteerde in december 2025 een paniekaanval die door de woning werd veroorzaakt als onvoorziene omstandigheid. Maar de rechtbank Gelderland wees in juli 2026 een beroep af van iemand met claustrofobie na een traumatische ervaring in de lift: dat was geen onvoorziene omstandigheid in de zin van de regeling. En bij kopers die de stankoverlast al kenden vóór de koop, oordeelde de rechter dat er niets onvoorziens was. De rode draad: wat u al wist of kon weten, telt niet.
Wij kopen een woning om die te slopen en er nieuw te bouwen. Krijgen wij de startersvrijstelling?
Nee. Het gerechtshof Amsterdam besliste in juli 2026 dat er geen startersvrijstelling was vanwege de sloop van de woning, en rechtbanken oordeelden eerder hetzelfde over een woning die volledig zou worden gesloopt of vervangen door nieuwbouw. U gaat immers niet in díe woning wonen. Dat is een van de gevallen waarin de plannen die u met de aankoop heeft, wél rechtstreeks meetellen. Reken die extra belasting mee voordat u een bod uitbrengt.
Wie moet bewijzen dat het klopt?
U. Het gerechtshof Den Haag oordeelde in 2026 dat een koper van een recreatiewoning niet aan zijn bewijslast had voldaan ten aanzien van het hoofdverblijfvereiste. In een andere zaak was de woning niet daadwerkelijk anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt en verviel het lage tarief. Bewaar daarom uw inschrijving in de Basisregistratie Personen, energienota's, verzekeringen en post op het nieuwe adres. Dat klinkt overdreven op de dag van de sleuteloverdracht, maar het is precies wat later het verschil maakt.
Benieuwd wat het in jouw geval kost?
Vraag gratis en vrijblijvend offertes aan bij notariskantoren in jouw regio. Dan weet je het precies, in plaats van ongeveer.
- 100% gratis
- Vrijblijvend
- Binnen 24 uur reactie