Een vereniging kan zonder notaris bestaan, en dat is precies waar het misgaat. Zonder notariële akte heeft een vereniging namelijk beperkte rechtsbevoegdheid: de bestuurders zijn dan naast de vereniging zelf hoofdelijk aansprakelijk voor haar verplichtingen. Een huurcontract voor een clubgebouw, een aansprakelijkheid bij een evenement of een onbetaalde rekening komt daarmee bij de bestuurders privé terecht.
Met een oprichtingsakte bij de notaris krijgt de vereniging volledige rechtsbevoegdheid. Daarmee vervalt die persoonlijke aansprakelijkheid in beginsel, mag de vereniging registergoed op eigen naam bezitten en kan ze erven.
In de statuten legt de notaris vast wat de vereniging doet, wie lid kan worden, hoe de ledenvergadering bijeen wordt geroepen en beslist, hoe het bestuur wordt benoemd en wat er bij ontbinding met het vermogen gebeurt. Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen gelden er extra regels over tegenstrijdig belang en over wat er moet gebeuren als bestuurders wegvallen; ook dat hoort in de statuten thuis.