Een stichting ontstaat alleen door een notariële akte. In die akte staan de statuten: het doel van de stichting, hoe het bestuur wordt benoemd en ontslagen, wie mag beslissen over grote uitgaven en wat er met het vermogen gebeurt als de stichting ophoudt te bestaan.
Een stichting heeft geen leden — dat is het verschil met een vereniging. Het bestuur bepaalt, en juist daarom is de tekst van de statuten belangrijker dan mensen denken: ze zijn het enige tegenwicht tegen het bestuur van morgen.
Waarvoor een stichting wordt opgericht:
- Een goed doel dat een ANBI-status wil. De notaris zet de eisen die daarvoor gelden in de statuten; de status zelf vraag je aan bij de Belastingdienst.
- Een buurt-, sport- of cultuurinitiatief dat subsidie of sponsorgeld wil kunnen ontvangen zonder dat bestuurders privé aansprakelijk zijn.
- Een stichting administratiekantoor (STAK), om zeggenschap en economisch belang in een bedrijf te scheiden.
- Beheer van vermogen binnen een familie, bijvoorbeeld naast een testament.
Na de akte schrijft de notaris de stichting in bij de Kamer van Koophandel, en worden de bestuurders als belanghebbenden opgegeven. Reken erop dat je de namen, adressen en identiteitsbewijzen van alle bestuurders nodig hebt.